Investeringsaftrek

Ondernemers hebben recht op investeringsaftrek voor investeringen in bedrijfsmiddelen. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) bedraagt voor investeringen boven € 2.300 tot een bedrag van € 57.321 28% van het investeringsbedrag. Het maximum van de KIA is € 16.051. Het bedrag van de KIA blijft tot een investeringsbedrag van € 106.150 gelijk, om daarna af te nemen met 7,56% van het meerdere. Door uw investeringen slim te plannen kunt u de KIA optimaliseren. De KIA geldt niet voor alle bedrijfsmiddelen, er zijn uitzonderingen.

Extra investeringsaftrek
In aanvulling op de KIA heeft u mogelijk recht op energie-investeringsaftrek (EIA) of op milieu-investeringsaftrek (MIA). U heeft recht op EIA voor investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen. De EIA bedraagt 45%.
U heeft recht op MIA voor investeringen in bedrijfsmiddelen die zijn opgenomen in de MIA/Vamillijst. Deze lijst wordt ieder jaar gewijzigd. Wilt u zeker zijn dat u met uw investering in aanmerking komt voor MIA dan moet u nog dit jaar investeren. De MIA varieert van 13,5 tot 36%.

Plan de verkoop van bedrijfsmiddelen
Bij de verkoop van bedrijfsmiddelen, waarvoor u eerder KIA hebt gehad, moet u een deel van het genoten voordeel terugbetalen als de verkoop plaatsvindt binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar van aanschaf. Stel de verkoop zo mogelijk uit tot na het vijfde jaar.

Bron: Overig | publicatie | 14-11-2019

Bijtelling auto van de zaak

Voor het privégebruik van een auto van de zaak moet een bijtelling bij het loon van de werknemer worden gedaan. De standaardbijtelling bedraagt 22% van de catalogusprijs van de auto. Voor auto's die voor 2017 zijn aangeschaft of geleaset gelden andere percentages. Lagere bijtellingen gelden gedurende 60 maanden. Daarna geldt de standaardbijtelling. Voor auto's van voor 2017 bedraagt de standaardbijtelling niet 22 maar 25%.

Bijtelling elektrische auto
De bijtelling voor een elektrische auto bedraagt 4% van de catalogusprijs. Sinds 2019 is de verlaagde bijtelling voor nieuwe auto's beperkt tot de eerste € 50.000 van de catalogusprijs en geldt voor het meerdere de reguliere bijtelling van 22%. Met ingang van 2020 gaat de bijtelling voor nieuwe elektrische auto's omhoog naar 8% over de eerste € 45.000. Per 1 januari 2021 gaat de bijtelling voor nieuwe elektrische auto's verder omhoog naar 12% over de eerste € 40.000.

Overweegt u een elektrische auto, investeer of lease dan nog in 2019 om gedurende 60 maanden het voordeel van de lagere bijtelling te hebben. Omdat de verlaagde bijtelling voor een periode van 60 maanden vanaf de datum waarop de auto op kenteken is gezet geldt, kunt u overwegen om een jonge gebruikte elektrische auto, liefst van voor 2019, aan te schaffen. Dat kan ook nog in 2020. U profiteert dan niet van de verlaagde bijtelling over de volle 60 maanden, maar slechts over de resterende maanden.

Controleer de rittenadministratie
Er hoeft geen bijtelling plaats te vinden als uw werknemer kan bewijzen dat hij op jaarbasis niet meer dan 500 km privé rijdt met de auto. Dat bewijs kan hij leveren met een sluitende rittenadministratie. U moet deze rittenadministratie controleren en bij de loonadministratie bewaren. Klopt de administratie niet, dan moet u bijtellen bij het loon van de werknemer. Ook bij gebruik van een verklaring geen privégebruik auto moet uw werknemer kunnen bewijzen dat hij op jaarbasis niet meer dan 500 km privé met de auto rijdt.

Bron: Overig Thu, 14 Nov 2019 05:00:00 +0100

Niet ingehouden loonheffing hoort ook niet bij het genoten loon

Een dga geeft over 2023 een loon van € 29.880 aan, met € 7.442 aan ingehouden loonheffing. Zijn bv draagt die loonheffing echter nooit af en de inspecteur verrekent daarom niets. De dga kan niet bewijzen dat de loonheffing wel is ingehouden. Toch krijgt hij deels gelijk, omdat de inspecteur niet kan aantonen dat de dga het bedrag op een andere manier heeft genoten. De rechtbank verlaagt het belastbaar inkomen daarom met € 7.442 naar € 22.438.

Loonheffing op papier

De dga is bestuurder en enig aandeelhouder van een bv. Na een aanmaning volgt zijn aangifte IB pas op 7 oktober 2024. De aanslag van 11 januari 2025 volgt de aangifte, maar de inspecteur zet de voorheffing op nul. De inspecteur wil de bewijslast omkeren. De rechtbank weigert dat. De aangifte was weliswaar te laat, maar ruim voordat de aanslag werd opgelegd. De inspecteur kan en moet er dan rekening mee houden. Daarom gelden de normale bewijsregels.

Inhouding

Inhouden betekent het administratief afzonderen van een deel van het brutoloon om het af te dragen. Afdracht is geen voorwaarde. Voor die afzondering heeft de dga alleen zijn eigen verklaring. De administratie van de bv is in beslag genomen. Volgens de rechtbank had hij met bankafschriften, loonstroken of back-ups van de externe loonadministrateur toch een begin van bewijs kunnen leveren. Ook een beroep op de schijn van inhouding strandt. Die leer ziet volgens de rechtbank vooral op werkgevers en werknemers die los van elkaar staan, en dat is hier niet het geval.

Niet genoten

Dan rest de vraag of de dga het bedrag toch heeft genoten. Normaal gebeurt dat door de inhouding zelf. Volgens een arrest van de Hoge Raad uit 2016 moet de inspecteur bewijzen dat het bedrag op een andere manier aan de werknemer ten goede is gekomen. De inspecteur stelt daar niets over. Het bedrag van de loonheffing hoort daarom niet tot het belastbaar inkomen. De dga heeft geen recht op verrekening, maar betaalt ook geen belasting over loon dat hij niet heeft genoten.

Te laat

In een nader stuk stelt de inspecteur dat het bedrag aan loonheffing ontbrekend gebruikelijk loon is. Om die reden dient het alsnog belast te worden. De rechtbank acht het beroep op interne compensatie in strijd met de goede procesorde. Het standpunt van de inspecteur is pas op de zitting duidelijk geworden.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNNE:2026:3900 | 07-09-2026